INHOUD

De inhoud van deze website is samengesteld door vertegenwoordigers uit het onderwijsveld en kerkelijke organisaties onder leiding van Refo500, in samenwerking met de Erdee Media Groep.


AUTEURS

  • Karla Apperloo-Boersma, projectleider van het internationale platform Refo500
  • Dr. André Bas, predikant van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) te Kornhorn en Marum en post-doc aan de Theologische Universiteit Kampen
  • Geertje Fokkema, jeugdwerkadviseur bij het Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ) in de Christelijke Gereformeerde Kerken
  • Piet Hogendoorn, voormalig docent geschiedenis
  • Tineke Noort, studente aan de Theologische Universiteit Apeldoorn
  • Lars Veldhuizen, docent godsdienst aan het Guido de Brès-college in Amersfoort


REDACTIE

  • Karla Apperloo-Boersma, projectleider van het internationale platform Refo500
  • Ds. P.W.J. (Willem Jan) van der Toorn, predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Bunschoten-Spakenburg


AFBEELDINGEN

  • Vrije domein
  • Museum Catharijneconvent
  • Archief Refo500
  • Archief Reformatorisch Dagblad
  • ChristenUnie


Dank AAN

  • De Banier en Christian History Institute voor het ter beschikking stellen van een tijdlijn en kleurplaten.
  • Steunpunt Bijbelstudie voor het ter beschikking stellen van de Gemeenteschets.


CONTACT

Heb je vragen of suggesties? Neem contact op via info@refo500.nl.


DISCLAIMER

De redactie van Refo500 is niet verantwoordelijk voor inhoud die verwijst naar externe websites. Alle materiaal op deze site mag vrij gebruikt worden.


  • Niet wie heeft, maar wie geeft, is rijk.

  • Wie christen wil zijn, moet strijder willen zijn.

    WA 25, 328, 41

  • Een christen is iemand van weinig woorden en veel daden.

    WA 10.I, 136

  • De profeten zijn de ster en de maan, maar Christus is de zon.

    WA 33, 445, 27-41

  • Zorgen kun je beter aan God overlaten.

    WA 24, 116, 24

  • Als een man van zijn vrouw houdt, dan is ze voor hem de mooiste en de liefste.

    WA 16, 218, 28-29

  • Als Hij niet in het schip is, dan vaar je nooit goed.

    WA 24, 592

  • In het Oude Testament zie je de windsels en de kribbe waar Christus in ligt.

    WA Bibel 8, 13, 6-7

  • Van veel boeken word je niet wijs, van veel lezen ook niet. Je wordt wijs in de Schrift en ook vroom als je goede boeken – hoe weinig het er ook zijn – vaak leest.

    WA 6, 461

  • Je hebt net zoveel als je gelooft en hoopt.

    WA 3, 180, 26

  • Gods Woord is als iets lekkers: als je ervan eet, wil je er steeds meer van.

    WA 25, 172

  • Als God niet je vriend is, dan helpt geen vriend. Als Hij echter onze vriend is, dan is het niet erg dat je geen vriend hebt.

    Bibel 9 I, 190

  • Er is geen mens zo slecht of er zit wel iets goeds in.

    WA 30.II, 127, 21-22

  • Waar twintig duivels zijn, daar zijn ook honderd engelen.

    WA 40.II, 512, 26-27

  • Het is erger een goede vriend te verliezen dan al je bezit.

    WA 42, 501, 31

  • Het is beter één koe in vrede te bezitten, dan twee in oorlog.

    WA 44, 784, 17-20

  • De wet laat de ziekte zien, het evangelie geeft het geneesmiddel.

    WA 10.III, 338

  • Een goed voornemen deugt niet. Je moet eerst Gods Woord hebben en zeker weten dat het goed is wat je doet.

    WA 24, 354

  • De dood van Christus is een zee en een afgrond, waar God de Vader alle zonden ingegooid heeft.

    WA 17.I, 338, 10-11

  • Bij God is leven en liefhebben hetzelfde.

    WA 9, 51, 13

  • Wij zijn allemaal priesters, voor zover we christenen zijn.

    WA 6, 564, 11

  • Als je boven je (hoofd) hakt, dan vallen de splinters in je ogen.

    WA 19, 633

  • Wen je er daarom aan: rol elke avond met het Onze Vader in bed, slaap ermee in en sta er ’s ochtends weer mee op uit je bed.

    WA 46, 79

  • Een leugen is als een sneeuwbal: hoe meer je draait, hoe groter hij wordt.

  • De duivel is de aap van God: hij doet hem in alles na.

    WA 14, 434, 18

  • Zo is het met de Heilige Schrift: als je denkt dat je uitgeleerd bent, dan begin je pas.

    WA 49, 223

  • Je moet kort bidden, maar wel vaak en sterk.

    WA 32, 418

  • De mens kan niet altijd werken, hij moet ook zijn rust hebben. Daarom heeft God niet allen de dag voor het werken gegeven, maar de nacht voor het slapen en we hebben het middaguur voor het eten.

    WA 52, 416, 9-11

  • De erfzonde in een mens is als de baard van een man; al scheer je die elke dag af, hij komt toch weer terug.

    Tafelgesprekken Aurifaber, hoofdstuk 10, 127

  • Het voornaamste doel van de samenleving is dat we elkaar tot God brengen.

  • Er is geen mens zo slecht of er zit wel iets goeds in.

    WA 30.II, 127, 21-22

  • God is een gloeiende bakoven vol liefde, die zich uitstrekt van de aarde tot aan de hemel.

    WA 10.III, 56

  • Aan de doop ontbreekt niets, aan het geloof ontbreekt altijd wat.

    WA 26, 165

  • Goede vrome werken maken nooit een goede vrome man, maar, een goede vrome man doet goede vrome werken.

    WA 7, 32

  • Als je God wilt kennen moet je in de kribbe kijken. En dan naar het kruis.

  • Voorzorg is altijd beter dan nazorg.

    WA B 11, 230

  • Niet de navolging maakt ons tot kinderen [Gods], maar het kindschap maakt ons tot navolgers.

    WA 2, 518

  • Van veel boeken word je niet wijs, van veel lezen ook niet. Je wordt wijs in de Schrift en ook vroom als je goede boeken – hoe weinig het er ook zijn – vaak leest.

    WA 6, 461

  • Hoe minder woorden, des te beter gebed.

    WA 2, 81, 13

  • Je bezit moet in je handen zijn, niet in je hart.

    WA 19, 580, 26-29

  • Er is geen grotere Gever dan God.

    WA 21, 482

  • Niets wordt langzamer vergeten dan een belediging, niets sneller dan een weldaad.

  • Bij God is leven en liefhebben hetzelfde.

    WA 9, 51,13

  • Niemand heeft alle gaven, dus aan elke christen mankeert wel iets.

    WA 15, 606

  • Veel rijkdom maakt niet zo gelukkig als een vrolijk hart.

    WA 6, 120, 10-22

  • Geloof is het begin van alle goede werken.

    WA 5, 119

  • Je moet de hemel niet anders zien dan dat daar je Vader is.

    WA 34.I, 299